De Amerikaanse MSM, gehoorzamend aan de instructies van hun politieke meesters, maken de nieuwe Fed chief Janet Yellen tot de grote aankondiger en voorspeller van de housing crisis van 2008.
Daar heeft Peter Schiff, die die crisis wél correct voorspelde natuurlijk wel wat over te zeggen: zie SchiffReport van 17-10-2013. Om aan te tonen dat híj in een vroeg stadium de kat de bel aanbond, linkt hij naar zijn speech voor de Mortgage Bankers Convention van 2006 en naar een column van 18 november 2005 op zijn site. Allebei de moeite waard.
vrijdag 18 oktober 2013
zaterdag 17 augustus 2013
The Beginning of the End?
Peter Schiff spreekt in zijn laatste videoblog (link) over hoe de economische gebeurtenissen van de afgelopen week hem gelijk lijken te geven in zijn voorspellingen en kritiek. Het geld bijdrukken door de centrale bank moet op een gegeven moment zijn stimulerende werking verliezen ondanks de steeds hogere doses, zei hij, net als een drugsverslaafde steeds meer drugs nodig heeft om high te blijven.
Waar gaan we het aan merken dat het niet meer werkt? Als - ondanks de kolossale hoeveelheden goedkoop geld die in de economie worden gepompt - de rentevoet en de rendementen op de staatsobligaties toch stijgen. De Amerikanen merkten het al aan de stijgende prijzen van alles, vooral benzine, voedsel en huizen, maar Bernanke kon moeilijk toegeven dat stijgende prijzen - vooral van onroerend goed - juist de bedoeling was van zijn beleid. Maar als de rente naar een historisch meer normale 4% zou gaan en de kopers van US Treasuries 6 of 7% rendement zouden eisen, zouden de VS ogenblikkelijk in betalingsproblemen komen. Dan zijn ze Griekenland, zei Peter al eens.
De afgelopen week zag het begin (misschien) van een dergelijke trend. QE is nog steeds in volle gang - de Fed koopt maandelijks zo'n 85 miljard dollar aan Treasuries en hypotheken - en toch daalt de beurs en lopen goud- en zilverprijs op. De Dow daalde deze week met 350 punten, zo'n 2%, Nasdaq idem, de dollar verloor meer dan 1% en zakte weg tegen vooral de Aussie dollar en zelfs de Yen. De prijs van goud steeg deze week met 50 à 60 dollar per ounce, dat is zo'n 4%, zilver steeg met $2,50 ofwel 13%. Staatsobligaties: de yield over de 10-year bond steeg naar 2,83%, de 30-year naar 3,86%. Peter waarschuwt: dit zijn nog steeds uiterst lage waarden, historisch gezien, maar ze stijgen en zijn hoger dan ze in een jaar of twee zijn geweest. Het is het omgekeerde van wat Bernanke moet willen dat er gebeurt: dalende staatsobligaties en aandelen, dalende dollar; goud en zilver flink hoger, olieprijs boven de $108.
Het bevestigt wat Peter sinds 2008 over dit Fed-beleid heeft gezegd. Je kunt jezelf niet uit de schulden halen door meer schulden te maken, en het geld bijdrukken zal geen positief effect meer op de economie hebben, maar alleen inflatie als gevolg hebben.
maandag 20 mei 2013
Goudprijs
De voorspellingen van de gold
bugs als Peter Schiff lijken niet erg uit te komen nu de goudprijs, die in
september 2012 naar $1.750 ging, nog maar op $1.350 staat - Hij zei dat goud
wel naar $5.000 kon gaan, of hoger.
Maar hij heeft zijn verhaal niet
veranderd. De fundamentele feiten zijn dat de VS, Japan en Europa, maar vooral
de VS, niet langer in staat zijn hun welvaartsstaatverplichtingen na te komen
en in paniek aan het bijdrukken zijn geslagen. De centrale banken van het
Westen zijn al sinds het begin van de twintigste eeuw bezig met het belasten
van de besparingen door middel van het vergroten van de geldhoeveelheid om zo
de ongelimiteerde groei van de staat te kunnen bekostigen. Als belastingheffing
politiek te moeilijk wordt en leningen zo hoog zijn geworden dat ze met nieuwe
leningen (tegen een kunstmatig laag gehouden prijs) moeten worden bekostigd,
dan is er altijd het laatste redmiddel, de drukpers. Feit is alleen dat dit het
bekende gevolg heeft van de ontwaarding van het door de staten in overstelpende
hoeveelheden in omloop gebrachte papiergeld, zich uitend in stijgende prijzen
voor de consument en dus in een daling van de algemene levensstandaard. Geen
nood: met propaganda en vervalste inflatiecijfers merkt jan-met-de-pet hier
niets van. Nu ja, tot die geldontwaarding uit de klauwen gaat lopen, en dat is
nu precies wat mensen als Peter Schiff denken dat er staat te gebeuren. Op
korte termijn.
Wat de
prijsdaling van goud heeft veroorzaakt is dat de beursspeculanten hun
edelmetaal-futures van de hand hebben gedaan en hun aandeel in edelmetaalfondsen
geliquideerd, omdat ze de overheid op hun woord geloven dat de crisis voorbij
is en ze deze inflatiegarantie niet meer nodig hebben. Maar de investeerders in
fysiek goud (bullion) hebben van de
prijsdaling gebruik gemaakt en bijgekocht: de Krugerrands en gold Eagles zijn
niet aan te slepen. Peter denkt nog steeds dat de prijs van goud op exploderen staat
en dat het over enige tijd niet meer uitmaakt of je je goud tegen $ 1700 of $
1300 per ounce hebt gekocht, alleen óf je het hebt gekocht, want als je dat tegen
die tijd niet gedaan hebt, heb je de trein gemist.zondag 19 mei 2013
Et tu, Francisque?
Merkel valt paus bij in
kritiek op markten
VATICAANSTAD - Angela Merkel is zaterdag op privéaudiëntie geweest bij
paus Franciscus. De protestantse Duitse bondskanselier viel de leider van de
Rooms-Katholieke Kerk bij in zijn kritiek op de „tirannie van de markt”.
(….) Merkel liet na het gesprek
weten dat striktere regulering van de financiële markten een belangrijk doel is
tijdens de bijeenkomst van G20-leiders in september.
„Het is waar dat economieën de
mensen moeten dienen, maar dat dit de afgelopen jaren helemaal niet het geval
is geweest”, aldus Merkel. Zij en Franciscus spraken vooral over globalisatie,
de Europese Unie en de rol van Europa in de wereld.
De Argentijnse paus had donderdag
zware kritiek op de plek die de economie inneemt in de samenleving. De
financiële markten hebben volgens hem gezorgd „voor een nieuwe onzichtbare,
soms virtuele tirannie, die eenzijdig en zonder remedie haar wetten en regels
oplegt”.
Volgens Franciscus behandelt de
moderne economie de mens als een voorwerp „dat je kan (sic) gebruiken en weggooien”. Hij zei dat „de
harten van veel mensen, ook in de zogeheten rijke landen, zijn bevangen in
angst en vertwijfeling”.
Hier blijkt duidelijk dat men de vrije markt, het
kapitalisme, de schuld geeft voor problemen veroorzaakt door te weinig markt,
te weinig vrijheid. De “tirannie van de markt” is in werkelijkheid een tirannie
van de politici. Zij ruimen de vrijheid van handelen uit de weg en proberen de
economie een centraal geleid proces te maken. En dat werkt niet.
Hele segmenten van de voorheen vrije economie zijn
gesocialiseerd of worden centraal geleid door de politiek: onderwijs,
gezondheidszorg, woningbouw en de
huurmarkt, grondgebruik en natuurlijk de financiële instellingen en de
bijbehorende markten. Enorme publieke schulden zijn gecreëerd. Na vijftig of
zestig jaar “stimulering” van de economie is een enorme verarming en verlaging
van de levensstandaard het resultaat. In plaats van te leren van hun fouten willen
de politici dit rampzalige beleid met verdubbelde energie voortzetten en nog
eens biljoenen en triljoenen in de economie pompen.
Wat wel zou werken is het loslaten van het idee dat mensen
niet zonder de staat kunnen overleven. Vóór de twintigste eeuw bemoeide de
staat zich minimaal met de lotgevallen van individuen en ze redden zich toen
beter. De staat is er om één, en niet meer dan een, product te leveren: het
gevoel dat we ons privébezit niet zelf, met onze eigen kracht hoeven te
verdedigen tegen sterkere individuen of groepen van individuen. Maar in onze
tijd is de staat het instrument van bepaalde groepen geworden en dient om geld
en schatting aan het vrije sociale systeem te onttrekken ten behoeve van de corrupte
politieke elite.
Socialisme is altijd het systeem waaraan dictators de voorkeur
geven boven kapitalisme. Vrije mensen
hebben de keus “nee” te zeggen tegen een voorgestelde ruil. In een
socialistisch systeem bepaalt de staat de lonen en de prijzen en beheerst
daarmee de keuzes van de burgers. Communistische dictaturen wilden altijd de
landbouw collectiviseren. Dat is een eufemisme. Dat gaat in werkelijkheid om de
staat die controle wilde verkrijgen over de voedselvoorziening van de burgers
om ze zo beter te kunnen beheersen. Wie in Cuba al niet naar Castro’s zes uur
durende toespraken wilde luisteren kon een verlaging van zijn rantsoen tegemoet
zien.
Wij bevinden ons al in een dergelijk socialistisch systeem.
Er is geen staatsterrorisme, maar de staat is al autoritair en zal binnen niet
al te lange tijd verder afglijden tot een totalitair model. Wie dit niet
gelooft, bedenke dat zelfs nu de crisis van de interventionistische staat manifest
is, er niemand is die voor een terugkeer naar de vrijheid pleit. De elites
hebben met succes een van de staat afhankelijke burgerij gecreëerd.
dinsdag 2 april 2013
Waar is de vakbond nog goed voor?
Op mijn werk gebeurt het dat je door de leiding gezegd wordt
dat ze verplicht zijn een extra pauze in te lassen en je dus pas later naar
huis kunt; of dat ze je niet later dan half twaalf ’s avonds mogen laten
werken; of dat je niet langer dan zoveel uur achter een bepaalde machine mag
staan. Deze dingen wordt het bedrijf door een instelling dat “de vakbond” heet
voorgeschreven en het is steeds “an offer you can’t refuse”. De vakbond heeft de macht
een bedrijf bepaalde zaken dwingend voor te schrijven, ook al was je als
werknemer best tevreden met de afspraken rond werktijden zoals je die onderling
was overeengekomen of zoals die over tijd gegroeid waren.
De vakbond is hier natuurlijk bezig de bepalingen van de
Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) voor die bedrijfstak uit te voeren, dat
wil zeggen, de vakbond werkt hier als een overheidsdienst belast met de
afdwinging van door de overheid verplicht gestelde “regelingen” rond
arbeidsrelaties. Wat hier verwondering wekt is dat die regelingen worden
opgelegd aan burgers die een wederzijds vrijwillige relatie aangegaan waren en
die niet om de interventie van de staat hadden gevraagd. Ze worden ook opgelegd
aan werknemers die niet lid zijn van de vakbond. De CAO is het resultaat van
een onderhandeling op hoog niveau, in de SER onder toezicht van “de Kroon”,
waarvan de uitkomsten vervolgens door de overheid “algemeen bindend” worden
verklaard en aan alle bedrijven in de betreffende branche dwingend worden
voorgeschreven. De vakbond ziet vervolgens toe op de uitvoering ervan. Maar als
iemand een handel drijft en goederen ruilt voor geld of voor een dienst of voor
andere goederen, zouden we het dan accepteren dat de staat eén kant van de
uitwisseling tot slachtoffer en de andere tot uitbuiter bombardeert en in naam
van “sociale rechtvaardigheid” gaat voorschrijven wat er voor welke prijs
geruild mag worden? Een arbeidsrelatie is niet anders dan een ruil: de arbeider
levert een dienst (arbeid) in ruil voor loon. Dat loon is de prijs van de
arbeid. Prijzen zijn het resultaat van vrije
uitwisseling.
Het idee dat de overheid, die normaal geen prijzen
voorschrijft, in het geval dat de wederzijds vrijwillige ruil de levering van
arbeid betreft plotseling gerechtigd is de prijs vast te gaan stellen, komt in
feite uit de koker van het fascisme zoals dat begin twintigste eeuw in
Duitsland, Italië en de VS populair werd. Die fascistische beweging was niet
alleen een beweging die zich op politiek gebied manifesteerde, maar die toch
ook in de economie, speciaal in de arbeidsrelaties wilde ingrijpen, en dan
uitsluitend ten voordele van de arbeiders en tegen de ondernemers. (En vóór degroepen met schulden en tégen de schuldeisers). Het was een bij uitstek
antikapitalistische, anti-individuele-vrijheidbeweging, dus een beweging die zich
richtte tegen de vrije keuze van de burgers, maar wilde dat de staat lonen en
prijzen ging vaststellen. Dit kun je ook socialisme noemen, er is op economisch
gebied geen verschil. Het is belangrijk te begrijpen dat die fascistische
elementen nooit meer verdwenen zijn. In alle westerse landen werden ze
overgenomen door de sociaaldemocraten en later door alle andere partijen, zodat
we nu, ook in Nederland, in feite een fascistisch economisch systeem hebben.
Veel mensen denken dat, als de overheid geen regels stelt
zoals een minimumloon of een verbod op prestatieloon, de arbeiders door hun
werkgevers uitgebuit zullen worden. Ze denken dat de ondernemers, tuk op
winstmaximalisatie, onbeperkt omlaag kunnen gaan met de geboden lonen tot je er
niet meer van leven kunt. Dit is onzin. Werkgevers streven ernaar zo weinig
mogelijk geld kwijt te zijn aan arbeid, maar als ze daarbij een grens
overschrijden merken ze dat ze niet langer de arbeiders krijgen van de
kwaliteit die ze nodig hebben. En trouwens, waarom is het dan wél normaal als
de werknemers zelf ernaar streven zoveel mogelijk te verdienen? Streven ze er
niet ook naar maximale winst uit hun arbeid te halen? De hoogte van het loon,
de prijs van arbeid is het resultaat van dit krachtenspel, van deze permanente
onderhandeling tussen mensen die ieder van hun kant de vrijheid hebben “nee” te
zeggen.
De regels rond loon en arbeid die de overheid stelt en die
de vakbond namens haar afdwingt, zijn niet in het belang van de arbeiders, maar
doen integendeel hun belangen schade. Maar zoals altijd, moet je om dit in te
zien iets verder kijken dan je neus lang is, naar je langetermijnbelang, en
daartoe zijn “de meesten” niet bereid of in staat.
zondag 17 februari 2013
Democratie is corruptie
Op Twitter windt een aantal mensen zich vandaag op over een voorgestelde privatisering van de drinkwatervoorziening in de EU. (Anderen zijn koelbloediger.)
Mijn indruk is dat de EU er is om Big Government en daarmee de machtspositie van de politieke kaste te behouden. Wat die positie bedreigt is de keuzevrijheid van de burger zoals die in een honderd procent vrijemarkteconomie heerst. Dus zijn de politici en alle politieke partijen de vijand van de keuzevrijheid en van de vrije markt. Het privatiseren van nutsbedrijven lijkt me hoogstens een afleidingsmanoeuvre. De hoge kosten van Big Government worden niet veroorzaakt door staatsbedrijven, maar door sociale zekerheid. Welvaartsstaat en interventies in de markt zijn de wapens van de elite. Ze kopen een deel van de kiezers met ruimhartige regelingen, halen ondernemers onderuit door middel van propaganda in de media en vestigen hun recht om de burgers de wet voor te schrijven door in media en onderwijs het idee te verkondigen dat dat zo hoort en altijd zo geweest is. Het doel is beheersing van de burgers’ keuzes en daarmee de burgers.
De interventionistische staat
werd geboren op hetzelfde moment dat “we democratie kregen”. Dat is geen
toeval. Democratie is een systeem van demagogen. Het “volk” wordt gekocht met
aan het volk onttrokken middelen. Het resultaat is dat de ene helft van het
volk moet werken en belast wordt, om de uitkeringen voor de andere helft op te
brengen. Die laatste groep “kan zichzelf geld voteren.” Zij maken het systeem waarbij
de werkenden voor hún behoeften slavenarbeid verrichten onomkeerbaar. Juist in
een democratie zijn zij in een positie om elke partij die terug wil naar de
vrije economie waar ieder verantwoordelijk is voor zijn eigen keuzes electoraal
af te straffen. Zij blijven op de politici stemmen die de status quo verdedigen
uit angst hun comfortabele positie te verliezen.
Natuurlijk is deze groep – het
zijn vooral de ouderen, de babyboomers – gedeeltelijk ook slachtoffer. Vooral
de armere onder hen zijn opzettelijk afhankelijk gemaakt van de staat. De staat
nam hun hun spaargeld, het resultaat van hun arbeid, af, want sparen: dat kon
de staat immers beter dan dat ieder dat voor zich deed. Intussen verwachten we
nu alles van de staat. Politici gedragen zich ook alsof ze elk risico dat maar
denkbaar zou kunnen opkomen vóór moet zijn of moet afdekken: de staat als
reusachtige verzekeringsmaatschappij. Deze ideologie maakt dat ze, niet het
recht, maar de plicht hebben in te
grijpen in de samenleving en de “zwakkeren” te beschermen tegen de sterken.
De enige uitweg uit deze gecorrumpeerde
verhoudingen is het kiesrecht weer in te perken. Ooit was het kiesrecht beperkt
tot broodwinners en mensen die belasting betaalden. Dit was misschien één
procent van de bevolking. Alleen zij die bijdroegen aan de staatsorganisatie,
hadden stemrecht. Dat lijkt mij een prima principe. Toentertijd sloot men
natuurlijk ook vrouwen uit, maar er is geen reden daarnaar terug te willen. Er
zijn nu voldoende vrouwen die werken en inkomen genereren voor anderen. Maar
dat de mensen die uit de staatsruif eten ook nog eens degenen zijn zonder wiens
instemming het systeem niet hervormd kan worden is precies het punt dat de
situatie met de schuldencrisis zo uitzichtloos maakt.
vrijdag 7 december 2012
Overheid moet marktprijzen respecteren
De reactie van politici in de VS
op de storm Sandy is uiterst leerzaam voor ons voor wat betreft de rol van
marktprijzen in een economie en de rol van de overheid daarin.
In New York City ontstonden als
gevolg van de stormschade problemen met de aanvoer in benzine. Tekorten leidden
in New Jersey tot rijen voor de benzinepompen, mensen moesten urenlang wachten
en gingen met jerrycans in de weer om niet zonder te komen zitten. Een storm
veroorzaakt nu eenmaal schade, niet? De stroom valt uit omdat
hoogspanningsleidingen zijn onderbroken, wegen zijn geblokkeerd zodat herstelteams
dagen en zelfs weken nodig hadden de zaak te repareren. Allemaal heel
natuurlijk, en maar goed dat er een overheid is om de mensen te helpen,
nietwaar?
Behalve dan dat de rijen voor de
benzinepompen door de overheid zijn
veroorzaakt en niet door het natuurgeweld.
Een aanvoerprobleem, wat de
oorzaak ook is, leidt tot hogere marktprijzen. Is het de taak van de overheid
dit te verhinderen, zodat mensen toch aan de noodzakelijke spullen kunnen
komen? Het antwoord is nee, het tegendeel is waar. Als de benzineprijs scherp
hoger wordt gaan mensen minder gebruiken. Ze doen de tank halfvol of nog
minder, en proberen het daarmee uit te zingen tot de prijs weer wat normaler
wordt. Dat is dus wat er móet gebeuren: de markt rantsoeneert hier zoals altijd
het schaarse goed. De markt reageert op bewegingen in vraag of aanbod of beide.
Is het nu heel erg dat er pomphouders zijn die tijdelijk wat meer geld binnen
halen? Dit immers is wat de overheid – in dit geval gouverneur van New Jersey
Chris Christie en NYC burgemeester Bloomberg– tot actie beweegt. Zij verklaart
dat de pomphouders hebzuchtige ondernemers zijn en kondigt wetten af tegen price gouging,
waarbij zij de ondernemers dwingt de oude prijs te rekenen. Deed de overheid
dit niet, maar liet zij de marktprijs werken, dan zouden de pomphouders het
extra verdiende geld misschien wel investeren in bijvoorbeeld een generator om
ook in business te kunnen blijven als
de stroom uitvalt en opnieuw te profiteren van de hogere prijzen.
Maar dit gebeurde dus niet. De prijs
bleef op last van de autoriteiten laag ondanks de verminderde aanvoer. Dit
maakte dat mensen een benzinevoorraad wilden aanleggen. In plaats van hun
consumptie te beperken voerden ze hun consumptie op. Dit veroorzaakte de rijen
voor de pomp en de urenlange wachttijden. De overheid overrulede de automatische
rantsoeneringswerking van de markt en de mensen reageerden met – onder de
omstandigheden – ongewenst gedrag: ze gingen hamsteren.
Dit voorbeeld geeft mooi aan hoe
de markt, aan zich zelf overgelaten, via prijsbewegingen de schaarse goederen
op een rationele manier verdeelt en hoe de autoriteiten dit natuurlijke en
spontaan verlopende proces kan verstoren.
We kunnen de argumentatie
uitbreiden en ze toepassen op álle overheidsinterventies die door manipulatie
van prijzen de doelen die de overheid (eigenlijk politieke partijen) zich stelt.
Op de manier waarop ziektekostenverzekeringen worden aangeboden, op lonen, op
de rente. Want lonen en rente, en premies voor verzekeringen zijn allemaal prijzen. In onze maatschappij is de
overheid overal als kippen bij om de markt te ‘corrigeren’ en in te grijpen in
de contractuele relaties tussen burgers.
Laten we de lonen eens nemen. Ook
hier geldt dat de prijzen die zich in een vrije marktsituatie voor de lonen, d.w.z.
voor de verschillende kwaliteitssoorten van arbeid, vormen, de markt voor de
productiefactor arbeid klaren. Dat betekent dat – in vrijheid – een ondernemer
of bedrijfsleider zoveel arbeid van de gewenste kwaliteit kan kopen die hij of
zij wil, zolang deze bereid is de marktprijs ervoor te betalen. Dit geldt
immers voor iedere consument voor alle producten en diensten. Als zich normaal
prijzen kunnen vormen zijn er geen overschotten of tekorten. Die ontstaan pas
als de staat prijsplafonds (ter ondersteuning van een groep gefavoriseerde
consumenten) of prijsvloeren (ter ondersteuning van een groep gefavoriseerde
producenten) afkondigt, of prijzen met behulp van subsidies of boetes gaat
beïnvloeden. Kijk voor de oorzaak van structurele werkloosheid dan ook niet
verder dan de wet- en regelgeving betreffende arbeid, zoals die namens de
overheid wordt afgedwongen en uitgevoerd door de staatsbureaucratie en de
vakbonden. Structurele werkloosheid zoals die in onze overgereguleerde
maatschappij endemisch is geworden komt in een vrije markt niet voor. Het is
een typisch overschotprobleem, zoals dat ook voorkomt bij allerlei landbouw- en
zuivelproducten als gevolg van de EU-landbouwsubsidies.
Maar ook bij antidiscriminatiewetgeving
vindt iets dergelijks plaats. Als een werkgever een vrouw inhuurt en met haar
een loon van € 40.000 afspreekt, en een half jaar later een man die € 80.000
krijgt, is dat verschil dan veroorzaakt door discriminatie van de kant van de
werkgever? Nee, die bedragen weerspiegelen wat hun arbeid op dat moment waard
was. Ze zijn marktprijzen die zich vormen naar de concrete omstandigheden van
het moment dat de onderhandeling plaatsvond. Bij die ‘omstandigheden’ kunnen
allerlei overwegingen een rol spelen. Misschien stemde de vrouw in met het
lagere bedrag omdat het werk voor haar in de buurt gevestigd was, of omdat ze
in een tweeverdienersituatie zit en hiermee op dat moment tevreden was. In het
geval van de man was misschien zijn verleden en reputatie bekend bij de
werkgever en was hij bang dat de werknemer door een andere werkgever zou worden
ingepikt, of was de markt waarop het bedrijf van de werkgever opereerde
inmiddels aangetrokken, zodat een hoger bedrag werd geboden.
Prijzen zijn het resultaat van de
vrije onderhandeling tussen twee of meer burgers, waar de overheid met haar
dwangmiddelen in principe helemaal geen rol heeft te spelen. Ook geeft dit aan
dat prijzen epistemologisch historische
gebeurtenissen zijn. Ze zijn een neerslag van de unieke en onherhaalbare
omstandigheden – en waardetoekenningen – van dat moment.
Het prijsmechanisme is de spontane
manier waarop schaarse goederen worden verdeeld en waarop productiemiddelen
worden toegekend aan de meest efficiënte producent. De ontdekking dat dit een
rechtvaardig en de algemene levensstandaard verhogend proces is, komt op naam
van de klassieke economen van de 18de en begin 19de eeuw,
en van de economen en filosofen van de Oostenrijkse School. Keynes’ valse theorie
gaf de politici de rechtvaardiging voor wat ze toch al wilden doen en deden:
ingrijpen in de markt, prijzen en lonen van bovenaf bepalen en uiteindelijk
centrale planning van de productie. Omdat we leven in een tijd van vérgaande
interventie door de politici wereldwijd in de affaires van de burgers, in de
markt, moeten we het gepruts van die politici nu kunnen herkennen voor wat het
is: disrespect voor marktprijzen en miskenning voor de planning die burgers
voor eigen rekening uitvoeren in het kader van hun pursuit of happiness.
Abonneren op:
Posts (Atom)
